Wet inzake smalende godslastering (1932)
bron: Wikipedia
In de communistische ideologie werd godsdienst beschouwd als een middel waarmee de kapitalistische machthebbers het proletariaat zoethielden met een belofte van een zalig hiernamaals om de arbeiders af te houden van de revolutie die de hun toekomende heilsstaat zou vestigen. Daarom noemden ze de godsdienst 'opium van het volk'.
Het Nederlandse communistische blad De Tribune publiceerde enige artikelen en spotprenten tegen de godsdient, met daarin teksten als 'God beteekent imperialistische oorlog. Christus.' Vlak voor de Kerst 1930 publiceerde het een artikel dat opriep het Kerstfeest af te schaffen. Twee jaar later toonde het blad een spotprent waarin twee arbeiders de bijl aan het Kruis van Christus zetten.
Voor minister van jusitie Jan Donner, de grootvader van de latere minister Piet Hein Donner, was dit de aanleiding voor het tot stand brengen van de Wet inzake smalende godslastering. Op openbare godslastering in woord of beeld werd een gevangenisstraf (resp. maximaal 1 en 3 maanden) of een geldboete (max. f 100,- en f 150,-) gesteld. Donner wilde uitingen bestraffen "die in haar uitdrukkingswijze zelf een honen van de persoon Gods bevatten." Kritiek leveren op God en het geloof werd door de nieuwe wet niet verboden.
De bepalingen zijn als volgt in het wetboek van strafrecht terecht gekomen:
Onder de "Misdrijven tegen de openbare orde":
- Artikel 147 sub 1 verbiedt 'smalende godslasteringen' als die in het openbaar geuit worden en krenkend zijn voor godsdienstige gevoelens. Dit geldt zowel voor gesproken als voor geschreven teksten en voor afbeeldingen. (maximum straf: 3 maanden gevangenis)
- Artikel 147 sub 2 verbiedt bespotting van predikanten, priesters en dergelijke '"in de waarneming van hun bediening".
Artikel 147 sub 3 verbiedt beschimping van aan de eredienst gewijde voorwerpen.
- Artikel 147a lid 1 en 2 betreft het uitgeven of ten gehore brengen van godslasterlijke publicaties. Daarop staat maximaal twee maanden gevangenis.
- Artikel 147a lid 3 bepaalt dat iemand die binnen twee jaar herhaaldelijk wordt veroordeeld voor een dergelijke publicatie uit zijn beroep (van uitgever) gezet kan worden.
Onder de "Overtredingen betreffende de openbare orde":
- Artikel 429bis stelt een maand gevangenisstraf op het aan de openbare weg tonen van krenkende, godslasterlijke leuzen en afbeeldingen.
|